De reis begon nogal ongelukkig. Onderweg naar Brisbane begon de auto ineens onheilspellende geluiden te maken. Paul gevraagd de auto meteen te stoppen. De smeerolie nagekeken, en die was behoorlijk op. Dom van ons allebei: het lampje brandde al een tijdje af en toe. Maar ja, dat deed ie al vanaf dat we de auto gekocht hebben, ook nadat Paul de olie had bijgevuld. We hadden de RACQ (Australische ANWB) kunnen bellen, maar dan zouden we onze vlucht missen. Toch maar besloten langzaam aan de kant van de weg naar het eerstvolgende tankstation door te rijden. Geen leuke kilometers. Ik zat strak van de stress in de auto, verwachte elk moment dat de motor met een grote knal in elkaar zou draaien. Olie gekocht, een vriendelijke man in de winkel legde uit wat W10 en W15 betekent en hielp ons kiezen. Bijgevuld, de motor klonk in orde en weer de weg op. Maar al snel begon het lawaai weer. Bij het volgende tankstation toch maar RACQ gebeld voor een monteur. Resultaat: niet goed. Niet meer rijden met deze auto! Takelwagen geregeld en de auto is weggesleept naar de dichtstbijzijnde Toyota dealer. Wij met de trein verder naar Brisbane, hotel geboekt en een vlucht voor de dag erna.
![]() |
| Afgetakelde majesty opgetakeld Maquette van Canberra met ontwerpconcept in witte lijnen |
Vrijdag goed aangekomen in Canberra. De stad is ontworpen rond een symbolische driehoek, met op de drie hoeken: het parlement, het burgercentrum en het hoofdkantoor van het leger. (Hmm, leger als 1 van de 3 fundamenten van een moderne democratie?) Vanuit het parlement dijen cirkels en radialen uit over de stad. Rond het burgercentrum gebeurt dit nog eens in het klein. Het 'legercentrum' is nauwelijks ontwikkeld. Voeg daar nog wat cirkels, assen, brede wegen en een grote hoeveelheid rotondes aan toe. Dat alles ingevuld met laagbouw en je hebt Canberra. De Lonely Planet stelt het zo: 'think crop circles in suburbia'.
Hotel op de universiteitscampus, dicht bij het centrum. Paul is meteen naar werk gegaan en ik heb een fiets geregeld en ben de stad gaan verkennen. Wat een stad! Verschrikkelijk! Wat het centrum moet zijn is geheel verlaten! Stel je voor: slechts 5 mensen in de hoofd winkelstraat op een reguliere vrijdag middag. Dan is er iets behoorlijk mis. Vervolgens een overdekt winkelcentrum in gelopen. En dar zijn wel meer mensen. Wil er een foto van maken, komen er meteen twee bewakers naar me toe lopen: geen foto's! Ik voelde me behoorlijk bedreigd en onveilig! Vermomd als openbare ruimte gebeurt hier blijkbaar iets dat het daglicht niet kan verdragen. De winkelcentrum-eigenaar als drugdealer? Of als de heks van Hans & Grietje, dat mensen lokt met een snoephuis en vervolgens gevangen houdt? Het complex parasiteert op het openbare centrum, draagt niets bij aan de levendigheid van het centrum zelf. Schokkend! Wist dat dit in Engeland massaal voor komt, maar hier dus blijkbaar ook.
Een wandeling in een rechte lijn dwars door het civiele centrum
In het midden van de driehoek ligt een groot meer met parken er omheen. Om vanuit het 'centrum' bij de parken te komen, moet je een brede, drukke weg en verlaten parkeerplaatsen over en vervolgens via een donker tunneltje onder een brede snelweg door. Die parken doen dus niets met het centrum, het is een wonder dat mensen hier überhaupt komen. Inderdaad, met de auto...
Het is net een stedenbouwkundige horror-show. Hoe kan een stad zo diep zinken? Maar het intrigeerde me wel! Veel rondgekeken, rondgefietst, mensen geobserveerd, mensen gesproken, tentoonstelling over de stad bezocht. slechte voorbeelden zijn veel interessanter dan goede, je kunt er veel meer van leren. Waarom zijn mensen hier toch tevreden, waarom vinden mensen die er wonen het een fijne stad? Ben er nog niet achter. Maar het gemak van de auto speelt een grote rol.
Na een dagje gruwelen en monumenten bezoeken ben ik verder door de omringende suburbs gaan fietsen. ('Buiten'wijken kun je het niet noemen, de stad bestaat alleen maar uit 'buiten'wijken.) Dat was een stuk opbeurender. Met op veel plekken geleidelijke verdichting en enkele sprankjes van stedelijk leven. Veel herkenning van processen die Jane Jacobs in haar beroemde boek over steden beschrijft. Ben dan eindelijk eens aan het lezen. De dag afgesloten met een bezoek aan de botanische tuin, waar ik eindelijk een paar goede boeken over Australische bomen heb gevonden.
De laatste dag was Paul vrij en zijn we samen naar de Floriade (jawel!) en het parlement geweest. De Floriade in Canberra is een jaarlijkse bloembollenfestival in het park. Een soort Keukenhof in het klein. Thema dit jaar: food. Met allerlei bloembedden in de vorm van fruit, eten en natuurlijk de Aussie Barbie. Daarna het parlement, waar we onder andere het house of representatives in zitting hebben gezien. Een vragenuurtje met de regering. Gillard, de premier, in levende lijve gezien. Maar wat een kleuterklas! Wilders tegen Rutte is er niets bij. De tegenpartij zit continu te roezemoezen, boe-en, door wat dan ook heen te praten. En een voorzitter die voortdurend ongeïnspireerd 'order, order' loopt te murmelen, als een leraar die het orde-houden al lang heeft opgegeven.
Eind van die dag terug gevlogen naar Brisbane, waar een huurauto klaar stond om mee terug naar huis te rijden, als onderdeel van het RACQ-lidmaatschap. De volgende dag heb ik Paul weer naar het vliegveld gebracht, hij moest naar Sydney, en ik ben de sloop van de andere auto gaan regelen. Her majesty was niet meer te repareren, of beter gezegd, de reparatiekosten waren de auto niet waard. Nu wordt het sparen voor een nieuwe. Gelukkig kunnen we van vrienden tijdelijk hun derde auto lenen, tot die verkocht wordt tenminste. Dus nu rij ik in een chique Mercedes sportmodel!
![]() |
| Ontmantelde majesty (zonder nummerborden) achter gelaten voor de sloper Onze chique leen-auto |












Geen opmerkingen:
Een reactie posten