Nu dan eentje over werk. Ook daar valt nogal
wat over te vertellen. Niet gek natuurlijk na drie maanden.... Dit keer geen
foto's, jullie zullen het even met alleen tekst moeten doen.
Na de vorige update over werk ben ik voor het
nationaal congres van de PIA (Planners Institute of Australia) naar Adelaide
geweest. Het congres is best interessant. Aantal nieuwe mensen leren kennen.
Paar zeer inspirerende lezingen en verschillende heel informatieve. Leuk om
weer een nieuwe stad te ontdekken. (Over Adelaide zelf meer in een volgende
blog.)
Maar het congres is ook een beetje
demotiverend. Een van de hoofdsprekers is bv. de voorzitter van het Amerikaanse
Plannings Instituut. Hij had lovende woorden over Nederland. "Als je problemen
hebt met water zijn er twee landen in de wereld die de top zijn, waar je van
kunt leren. Als je te kort hebt, moet je naar Israel kijken. En als je te veel
hebt moet je naar Nederland kijken. Wij hebben na New Orleans zo veel van de
Nederlanders geleerd!" Ook een paar andere sprekers halen vernieuwingen in
Nederland aan. Allemaal veren in onze reet... Maar herkenning in de zaal valt
vies tegen. Het lijkt wel of de meesten er hun schouders over ophalen. Droogte
en overstromingen zijn er voldoende in Australië, maar leren van het
buitenland? 'Dat hebben wij niet nodig', lijkt de algemene houding.
Na een week Adelaide vlieg ik terug naar
Brisbane. Een paar uur na de landing heb ik mijn interview bij de AILA (de
landschapsarchitecten club). Een soort mondeling examen om lid te mogen worden.
Boeiend gesprek. Heb er erg veel voorwerk voor moeten doen. De statuten
doorlezen, beleidstukken kennen, etc. Het is niet zomaar een gesprek, je moet
de vereniging goed kennen om lid te mogen worden. Het gesprek gaat leuk, maar
opnieuw die scepsis. Niet bij iedereen. Het panel van drie bestaat uit een oost
Europese dame, de Queensland voorzitter en de directeur van een flink bureau.
Met de oost Europese heb ik een hoop herkenning. Maar die directeur heeft exact
dezelfde reactie als het publiek in Adelaide: waarom zouden wij buitenlandse
expertise nodig hebben? 'Wij zijn Australië, wij zijn goed en hebben niets van
anderen te leren.'
De uitslag van de prijsvraag voor Canberra
komt ook af. 114 inzendingen en 20 uitgekozen voor de tweede ronde. Ik niet.
(Vloek...) Het congres in Cairns. 46 voorstellen voor een lezing ingestuurd. 30
uitgekozen. Alle twee mijn voorstellen afgewezen. Daar heb ik feedback over
gevraagd en gekregen. Heel amicaal allemaal. Maar de boodschap was: leuk die
ervaring uit Europa, maar wij zijn Australië. Hier is dat allemaal niet van
toepassing. Natuurlijk snap ik ook wel dat je projecten uit het ene land niet
zomaar letterlijk om kunt zetten naar een ander land. Je hebt altijd te maken
met verschillende omstandigheden, fysiek, sociaal, cultureel. Daar moet de
ervaring en methodiek aan aangepast worden. Daar zit voor mij wel een
uitdaging, om ze hier te laten zien hoe mijn kennis in Australië toegepast kan
worden. Maar dan nog moet ik de mensen vinden die open staan voor iets anders.
Vervolgens is de trip naar Nederland als een
warm bad, zeker na dat soort reacties. Het is heerlijk om met vakgenoten te
spreken. Te horen wat er in Nederland allemaal gaande is. Met alle positieve en
negatieve kanten. Op bezoek bij de provincie Utrecht, een kennis werkplaats in
Noord Holland en diverse keren bij okra. Veel projecten bekijken. Vier dagen
door Nederland rond gecrost om eigen projecten op de foto en film te zetten,
als voorbereiding voor mijn eigen website. Projecten van anderen bekeken, zoals
Inverdam in Zaanstad, steigereiland in IJburg, Haveleij in Den Bosch,
Brandevoort bij Helmond. Heel inspirerend allemaal.
Daarna naar New York voor nog meer inspiratie.
Samen met 28 vakgenoten op de excursie van Stichting Panorama. Het is weer
geweldig georganiseerd en zijn heerlijke dagen. Projecten bekijken, bureaus
bezoeken, veel onderling praten, allerlei nieuwe plekken in de stad ontdekken
en voor mij oude bekende plekken opnieuw bezoeken. Ik heb nog nooit zo'n goede
tijd in New York gehad. Vind het heerlijk. (Ook over NY een volgende blog.)
Salt Lake City daarna was een inspirerende
tegenhanger, vooral door zijn anti-stedelijkheid. Voor Australië valt daar veel
van te leren. De stedelijke ontwikkelingen in de VS en Australië hebben
bijzonder veel parallellen. Kan daar pagina's over vol schrijven, maar daar zal
ik jullie nu niet mee vermoeien.
En dan eindelijk, na 6 weken weer terug in
Australië. Al voor ik aankom ben ik benieuwd hoe de financiën er voor zullen
staan. Nu de reis achter de rug is, kan ik de schade opmaken. Voor vertrek
dacht ik tot voldoende geld te hebben om het tot oktober uit te zingen. Maar
dat valt vies tegen. Ik kom tot de ontdekking dat eind van de maand (juni) het
geld op is! Paniek! Een echte paniek aanval. Alleen maar onweerswolken in mijn
hoofd, ik kan nergens meer over nadenken. 'Hoe moet dit verder? Dit lukt nooit
om hier uit te komen.'
's Avonds heb ik mijn berekeningen afgerond en
de volgende dag rond het middaguur ga ik Paul ophalen van het vliegtuig. Die
avond heb ik meer in coma gelegen dan geslapen. En de volgende ochtend loop ik
als een kip zonder kop rondjes in het huis. 'Ik weet niet wat Paul allemaal
verdient heeft tot nu toe, maar kan me niet voorstellen dat het voldoende zal
zijn. Alleen samen met Paul kan ik het echte overzicht krijgen. Nog een uur dan
komt hij aan....'
Alleen al het feit dat Paul terug is brengt me
een beetje tot bedaren. Gelukkig. Maar de schrik zet me flink om het hart. Als we samen de financiën doornemen,
blijkt dat Paul het veel beter heeft gedaan dan ik ooit had verwacht. In een
klap zijn we uit de zorgen. Ik kan het bijna niet geloven! Tot eind van het
jaar is alles gedekt. Daarna duurt het nog een tijd voor mijn hart wat minder
gestrest klopt. En de schrik heeft me wel geactiveerd. Er is nu dan wel
uitstel. Maar eind van het jaar zal ik een volledig inkomen moeten hebben. En
al het werk dat ik tot die tijd kan vinden maakt het na het eind van het jaar
een beetje makkelijker. Dus aan de slag! Ik bel met een vriend die in een
drankwinkel werkt, of daar nog een baantje is. Ik heb een afspraak bij de
Universiteit. Ik ga bij een oud buurman langs, die een hoveniersbedrijf heeft,
om te kijken of hij nog mankracht kan gebruiken. Ik heb een afspraak met een
speeltoestel-leverancier over samenwerking.
Als we eenmaal bij Jo logeren kan ik eindelijk
ook alle mogelijke websites bekijken voor banen. (In het vakantiehuisje waar we
de eerste twee weken na terugkomst zitten, is de internet verbinding zo slecht
dat er geen website te bekijken is.) Maar zo'n beetje alle banen zijn in
Sydney, Melbourne of Brisbane. Daar mag ik volgens mijn visum niet werken.
Brisbane zou nog te proberen zijn, is in Queensland en mogelijk met wat omhaal
via mijn eigen bedrijf valt er wat te regelen. Maar eigenlijk wil ik helemaal
niet in Brisbane werken. Dat zou betekenen vier nachten in de week daar op een
kamertje logeren, in een stad die geen stad is maar meer een verzameling
gebouwen en wegen. Wel in mijn eigen vak, maar werkend voor iemand anders. Weet
niet of ik dat nog trek, na 20 jaar eigen baas. Voor allerlei ontwikkelaars,
waarbij ik waarschijnlijk weinig kritisch mag zijn. Druk als ik was in
Nederland, maar dan in beroerdere leef-omstandigheden. Daarvoor ben ik niet
geëmigreerd! Goed, het zou wel betekenen dat ik me beter in het Australische
vakleven kan inwerken. Maar het lezen, denken en onderzoeken waar ik net mee
begonnen ben, en dat ik zo ontzettend inspirerend vind, komt volledig op een
dood spoor.
Na de eerste paniek beginnen er zich wel
mogelijkheden voor te doen. Via-via heb ik nog een gesprek bij een
ingenieursbureau in Brisbane, bij de landschaps-afdeling die een ervaren,
ondernemende en inspirerende kracht zoeken. Ze zijn zich nog aan het
oriënteren, maar als ik zou willen zou ik er waarschijnlijk zo kunnen gaan
werken. Toch laat ik het gaan.
Op een van onze rondgangen langs open-huizen
(verkoop-middel) komen Paul en ik aan de praat met een makelaar. Een
Australische, met een Nederlandse vriendin. Samen zo'n 5 jaar geleden vanuit
Amsterdam naar de Sunshine Coast geëmigreerd. Werkt voor het kantoor waarvan ik
bijna alle makelaars al ken, via al de open huizen die ik afgelopen jaar langs
geweest ben. Ze vertelt dat het kantoor op dat moment mensen zoekt, geen ervaring
nodig. Als ik interesse heb, moet ik wel uiterlijk de volgende dag mijn CV
sturen, want ze zijn de gesprekken al aan het organiseren. Heb er flink over
nagedacht, gepraat, gewikt en gewogen, en uiteindelijk maar gedaan. Het is wel
een ander beroep, maar het is dicht bij huis, levert geld op. ik verbeter er
mijn Engels door. En wie weet kunnen we zo ons perfecte huis vinden en nog
goedkoper ook.
Inmiddels heb ik twee gesprekken achter de
rug. Ze willen me hebben! Dus Hans wordt makelaar.... (tenminste, for-the-time-being.)